Home - Contact - Sitemap

STAARTLASTEN PROBLEEM BLIJFT IN 2012, CORRECTIE FACTOR BLIJFT ENORM HOOG.

Deze beschouwing is een eerste indruk van de parameters 2012. Hoewel de beschouwing met uiterste zorgvuldigheid is opgesteld kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De beschouwing is niet bedoeld voor individuele situaties en adviezen.

Correctiefactor

In tegenstelling tot de aankondiging van de staatssecretaris in april blijft de correctiefactor hoog (1,9). De premie differentiatie formule is wel aangepast. Er zijn ook maximum premies, maar binnen het publieke systeem blijft overeind; “de vervuiler betaalt”

De correctiefactor gaat op termijn wel dalen (volgens het UWV), naar 1,5, maar blijft dus ruim boven de 1.0. De berekening van de correctiefactor is wel gewijzigd, per 1 januari 2012: 1,90 ((0,55-0,13)/0,22) en zal dus gaan dalen omdat er altijd een verschil blijft tussen het gemiddelde percentage en het gemiddelde risico percentage. Immers lang niet alle bedrijven hebben gelijktijdig dezelfde instroom. Dit verschil wordt namelijk bepaald door de spreiding van het risico. De spreiding van het WGA risico is en blijft groot, door pech en door beïnvloedbare factoren. Hoe kleiner het bedrijf, des te groter de spreiding is. Bij meer dan 10.000 werknemers wordt de spreiding minimaal. Deze bedrijven kunnen dit aan de hand van het aantal instromers in de WGA van de afgelopen jaren nakijken. Die instroom is waarschijnlijk redelijk stabiel. Tenminste bij gelijkblijvend re-integratie beleid!

Minimumpremie grote werkgevers

Er is nu per 2012 een minimumpremie grote werkgevers geïntroduceerd. Deze minimumpremie grote werkgevers is nu 25% van het gemiddelde percentage. Het gemiddelde percentage (A.3, van de UWV nota), bestaat uit het lastendekkende deel van 0,46% vermeerderd met de rentehobbel: 0,53% (2011 0,55). Voor het risico deel van de WGA premie zien we een trendbreuk. Na 6 jaar constant te zijn gestegen, is deze nu gedaald naar 0,46% (2011:0,53). Terwijl de uitkeringen met 10% zijn gestegen in 2012. Nominaal met 40 miljoen. Echter door het dekkingssaldo te verlagen met 83 miljoen t.o.v. 2011, kan de premie toch lager worden.  

Natuurlijk is er naast het reguliere saldo, waar ook het dekkingssaldo op is gebaseerd ook nog het rentehobbel vermogen aanwezig van 1.449 miljoen. Uiteraard een aanzienlijk bedrag, maar nog steeds aanzienlijk minder dan de 4,5 mld (bron aanbeveling NN, WGA evalutie) die nodig is om alle staartlast problemen op te lossen. Met deze relatief kleine aanpassing blijft het systeem een grote financieringslast voor zich uit duwen. Dat had opgelost kunnen worden met een fiks hogere minimum premie voor grote werkgevers of een andere aanpassing van de formule. Daarvoor is dus niet gekozen. Ook het advies van het UWV vorig jaar, om per branche de premies te bepalen, is niet doorgegaan.  

De minimum premie ligt nu op een niveau van het gemiddelde van de WGA instroomcijfers 2010 (eenjarige instroom) grote werkgevers. De 25% van de huidige gemiddelde premie is dus aan de hoge kant en zal de komende jaren verder zal stijgen, omdat de gemiddelde premie nog minstens 4 jaar zal stijgen. Wel ontstaat er door deze nieuwe minimum premie natuurlijk weer een extra saldo. Door de koppeling met de gemiddelde premie heeft het UWV dan de mogelijkheid om de premies wederom te financieren uit het dekkingsaldo. 

Wel is 25% van de gemiddelde premie een substantieel deel. Terwijl een aanzienlijk deel van de bedrijven nog geen instroom heeft (zie instroomcijfers WGA 2010).  Dat betekent dat juist de schone bedrijven nu het staartlasten probleem gaan financieren. Dat is deels natuurlijk ook terecht, want zij gaan ook het toekomstig risico vormen, maar toch. Door de minimum premies zit er nu een redelijke bodem in de premie, maar het plafond is nog extreem hoog. Vooral bedrijven vanaf 100 werknemers tot ongeveer 1000 werknemers, wordt het maximum percentage niet snel bereikt, terwijl de premie differentiatie kosten substantieel oplopen.

Eigen risico dragen of verzekeren?

Vanaf de start is de term eigen risico dragen geïntroduceerd, maar eigenlijk is in het publiek bestel blijven eigen risico dragen. De werkgever betaalt achteraf de kosten en substantieel veel meer door de hoge correctiefactor. Nadeel van uittreden zou kunnen zijn dat je 10 jaar lang verantwoordelijkheid bent voor de re-integratie. Maar hoe prettig is een systeem waar je wel mag betalen, maar geen verantwoordelijkheid hebt voor de terugbrengen van de lasten. Het gemiddelde werkgevers risicopercentage is wederom gedaald, ook in 2012 is nog niet het dieptepunt bereikt. Zeer waarschijnlijk gaat deze nu in 2013 wel omhoog, maar door de prognose dat de correctiefactor boven de 1,5 zal blijven, is duidelijk dat bedrijven met schade, slechter af zijn bij het UWV. Terwijl "schone" bedrijven nog maar een minimaal financieel voordeel hebben ten opzichte van een scherpe verzekeringspremie.

Conclusies

  • Voor kleine bedrijven, zoek een verzekeraar die een premie wil bieden onder de UWV minimum premie, dat moet met geen schade in het verleden voor de WGA, mogelijk zijn.
  • Voor bedrijven met meer dan 10.000 werknemers, calculeer of het zinvol is om WGA ERD te worden.
  • Voor bedrijven met meer dan 100 werknemers tot 1000 werknemers, je betaalt nu wel een minimum premie, maar het voordeel van maximering is nihil. Schades kunnen bij gemiddelde instroom in de tonnen gaan lopen, oriënteer absoluut op een verzekerde oplossing.
  • Voor bedrijven met meer dan 25 werknemers en minder dan 100, laat je goed voorlichten waarom je bij het UWV zou blijven, laat de accountant ook verklaren dat in het publieke bestel blijven geen materieel risico voor de onderneming betekent.
  • Het ministerie zet wederom beide uitvoeringsmethodes onder druk om te presteren. 

.. wordt vervolgd.

 

 

 

Disclaimer 

Elke aansprakelijkheid voor gegeven adviezen op basis van deze informatie wordt uitgesloten. Voor adviezen in individuele situaties adviseren wij u contact opnemen met Arboexpert. Verveelvoudiging of doorzenden na overleg.