Home - Contact - Sitemap

Nieuwsbrief maart 2009, Artikel 3

Werkgever niet zonder meer aansprakelijk voor fouten Arbo-dienst

De rechtbank is van oordeel dat uit de WIA niet is af te leiden dat, zoals verweerder in feite betoogt, de werkgever een volledige risico-aansprakelijkheid heeft voor het – eventueel – falen van zijn arbodienst. Evenmin is dit af te leiden uit jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), bijvoorbeeld uit zijn uitspraak van 29 april 2003 (LJN AF8586) aangaande de wettelijke verplichting een werknemer tijdig ziek te melden Een werkgever die afgaat op het oordeel van de arts van de door haar ingeschakelde arbodienst en in verband daarmee de werknemer niet, ook niet gedeeltelijk, in het eigen of ander passend werk laat hervatten, kan derhalve niet een gebrek aan reïntegratie-inspanningen worden verweten indien het advies van de arbodienst, naar later wellicht blijkt, op een ondeugdelijke medische grondslag berust. Dit is slechts anders als er omstandigheden zijn om te twijfelen aan de juistheid en/of consistentie van dat advies. Verder overweegt de rechtbank dat uit het bestreden besluit niet is af te leiden op welke wijze verweerder het medisch oordeel van de bedrijfsarts heeft getoetst (vol of marginaal). De rechtbank merkt dit aan als een gebrek in de totstandkoming reeds omdat duidelijkheid over de aard van de toetsing noodzakelijk is om het besluit te kunnen toetsen aan de daaraan gestelde eisen bij en krachtens artikel 25 van de WIA. Voor wat betreft de beoordeling door verweerder van het handelen van de bedrijfsarts, verwijt de rechtbank het UWV dat deze de bedrijfsarts niet heeft gevraagd waarom deze tot zijn beoordeling dat werkneemster niet kon hervatten in – eventueel aangepaste – werkzaamheden, is gekomen. De bedrijfsarts kan hiervoor immers vanuit zijn medische optiek goede redenen gehad hebben. Hierbij merkt de rechtbank nog op dat er in het kader van de WIA (nog) geen verzekeringsgeneeskundig protocol voor whiplashklachten tot stand is gekomen. Het beroep is gegrond.
LJN: BC1755, Rechtbank Assen , 07/385

Deze uitspraak is een belangrijk fundament voor alle UWV beoordelingen over de verwijtbaarheid van de werkgever omtrent adviezen die hij ontvangt van zijn adviseurs en dan met name de bedrijfsarts. Het is natuurlijk duidelijk dat een werkgever geen medicus is en dus ook geen medische beoordeling kan doen. In tegendeel, een dergelijke actie is juist ongewenst. De medicus heeft bovendien beroepsgeheim en kan zijn kennis niet volledig op tafel leggen. Dan kan het lastig worden, vooral bij die gevallen waarneer de werknemer zodanig psychisch is beperkt dat er meerdere waarheden zijn. Of die gevallen waar de beperkingen substantieel lijken te wijzigen (in een zeer korte periode), zonder nieuwe beoordeling van de bedrijfsarts.